Skip to content

Blog/Gidsen

Arbeidstijdenwet: de werkgeversgids voor arbeidstijden, pauzes en oproepcontracten

Maximaal 12 uur per dienst, gemiddeld 55 uur per week over 4 weken, en een registratieplicht die u 52 weken moet bewaren. Wat de Arbeidstijdenwet echt van u vraagt.

Reeta Kari··
Arbeidstijdenwet: de werkgeversgids voor arbeidstijden, pauzes en oproepcontracten

De Nederlandse Arbeidsinspectie toetst geen enkele wet vaker dan de Arbeidstijdenwet, en de registratieplicht is daarbinnen de bepaling waar de meeste boetes op vallen. Dit is de gids voor wie de administratie zelf voert: de grenzen, de rust, de pauzes en de papieren die u moet kunnen laten zien.

  • Maximaal 12 uur per dienst en 60 uur per week, absoluut, zonder cao-uitzondering (artikel 5:7 lid 2 ATW).
  • Gemiddeld 55 uur per week over elke 4 aaneengesloten weken. Niet 56, zoals sommige samenvattingen beweren (artikel 5:7 lid 3 ATW).
  • Daagse rust van 11 uur, eenmaal per week te verkorten tot 8 uur; na 3 of meer nachtdiensten op rij zelfs 46 uur rust (artikel 5:3 en 5:8 ATW).
  • U bewaart de registratie van arbeids- en rusttijden minimaal 52 weken (artikel 3.2:1 ATB).
  • Overwerk kent geen wettelijke toeslag: alleen het minimumloon is verplicht boven de gewone uren.
  • Een oproepkracht krijgt na 12 maanden binnen een maand een aanbod voor vaste uren (artikel 7:628a lid 5 BW).

Welke wetten regelen de arbeidstijden in Nederland?

Het parlement stelde de Arbeidstijdenwet (ATW) zelf vast; het Arbeidstijdenbesluit (ATB) is de algemene maatregel van bestuur die de wet uitwerkt in praktische regels, zoals de grenzen voor consignatie of de bewaartermijn van uw registratie (ATW en ATB). Artikelen in de ATW worden aangeduid als <hoofdstuk>:<artikel>, dus artikel 5:7 ATW betekent hoofdstuk 5, artikel 7; het ATB gebruikt de fijnere schaal <hoofdstuk>.<paragraaf>:<artikel>. Die codes zijn een vindplaats, geen zin om te ontleden.

Een uitzondering: u hoeft het grootste deel van de ATW niet toe te passen op werknemers van 18 jaar of ouder die jaarlijks ten minste 3 keer het wettelijk minimumloon verdienen. Hetzelfde geldt voor wie namens u hoofdzakelijk leiding geeft (artikel 2.1:1 ATB, bevestigd door de Nederlandse Arbeidsinspectie). Ga na of deze uitzondering voor uw hoger personeel geldt voordat u de rest van deze gids toepast.

Hoeveel uur mag een werknemer maximaal werken?

Twaalf uur per dienst en 60 uur per week zijn de absolute plafonds; daarnaast gelden twee gemiddelden die pieken over een langere periode afvlakken.

Grens Cijfer Referentieperiode Artikel Voor wie
Per dienst 12 uur per dienst ATW 5:7 lid 2a 18 jaar en ouder
Per week 60 uur per week ATW 5:7 lid 2b 18 jaar en ouder
Gemiddeld 55 uur/week elke 4 aaneengesloten weken ATW 5:7 lid 3 18 jaar en ouder
Gemiddeld 48 uur/week elke 16 aaneengesloten weken ATW 5:7 lid 2c 18 jaar en ouder
Per dienst 9 uur per dienst ATW 5:7 lid 1a 16–17 jaar
Per week 45 uur per week ATW 5:7 lid 1b 16–17 jaar
Gemiddeld 40 uur/week elke 4 aaneengesloten weken ATW 5:7 lid 1c 16–17 jaar

De enige grens die een cao mag oprekken, is het 4-wekengemiddelde van 55 uur (artikel 5:7 lid 4 ATW); de andere drie grenzen staan daar volledig buiten. Reken zelf één keer per kwartaal het 4-wekengemiddelde van uw meest ingeroosterde mensen na.

Hoeveel rusttijd moet een werknemer krijgen?

Elke werknemer van 18 jaar of ouder heeft recht op 11 uur onafgebroken rust per etmaal, met een uitzondering die maar één keer per week mag worden gebruikt.

Die 11 uur (artikel 5:3 lid 2 ATW) mag eenmaal per periode van 7×24 uur worden verkort tot minimaal 8 uur, als de aard van het werk of de bedrijfsomstandigheden dat vragen. Voor wekelijkse rust kiest u tussen twee regimes (artikel 5:5 ATW): 36 uur onafgebroken per 7×24 uur, óf 72 uur per 14×24 uur, te splitsen in blokken van elk minimaal 32 uur. Op zondag geldt bovendien een uitgangspunt van geen arbeid, tenzij dat uit de aard van het werk voortvloeit en anders is afgesproken (artikel 5:6 ATW). Kies vooraf welk wekelijkse-rustregime u hanteert en zet dat vast in het rooster.

Hoeveel pauze moet u geven, en wanneer?

Bij een dienst van meer dan 5,5 uur heeft een werknemer recht op minimaal 30 minuten pauze; bij meer dan 10 uur loopt dat op naar 45 minuten.

Beide pauzes zijn splitsbaar in blokken van elk minimaal 15 minuten (artikel 5:4 lid 2 ATW). Een cao mag deze pauzes verkorten, maar nooit onder de 15 minuten voor een dienst boven 5,5 uur. Elk beding dat verder afwijkt, is nietig (artikel 5:4 lid 3 ATW). Voor werknemers van 16 en 17 jaar geldt de 30-minutengrens al vanaf 4,5 uur arbeid per dienst (artikel 5:4 lid 1 ATW). Controleer uw cao voordat u zelf een kortere pauze inplant dan de wettelijke 30 of 45 minuten.

Wat geldt er voor nachtdiensten?

Een nachtdienst is elke dienst met meer dan 1 uur arbeid tussen 00:00 en 06:00, en die dienst mag in de regel niet langer dan 10 uur duren.

Dat volgt uit de definitie in artikel 1:1 onder d ATW en het maximum in artikel 5:8 lid 1 ATW. Onder strikte voorwaarden mag een nachtdienst tot 12 uur duren, maar dan hoogstens 5× per 14 dagen en 22× per 52 weken, gevolgd door minstens 12 uur rust (artikel 5:8 lid 3 ATW). Werkt iemand 16× of vaker in een nachtdienst binnen 16 weken, dan mag het gemiddelde over die periode niet boven 40 uur per week uitkomen (artikel 5:8 lid 2 ATW). Eindigt een nachtdienst na 02:00, dan volgt minimaal 14 uur rust, eenmaal per week te verkorten tot 8 uur; na 3 of meer opeenvolgende nachtdiensten is dat minimaal 46 uur (artikel 5:8 leden 4–5 ATW). Ook het totaal is begrensd: hoogstens 140 nachtdiensten per 52 weken mogen na 02:00 eindigen, en hoogstens 38 uur mag tussen 00:00–06:00 per 2 weken vallen (artikel 5:8 lid 9 ATW). U mag ook niet meer dan 7 opeenvolgende diensten roosteren als daar een nachtdienst tussen zit (artikel 5:8 lid 6 ATW).

Werkgevers vragen vaak of werknemers van 55 jaar en ouder wettelijk minder nachtdiensten hoeven te draaien. Dat is niet zo: een volledige doorzoeking van zowel de ATW als het ATB op leeftijdsverwijzingen levert geen enkele bepaling op voor deze groep. Bestaat zo’n afspraak bij u, dan komt die uit een cao, nooit uit de wet zelf. Tel voor uw meest ingeroosterde nachtwerkers zelf hoe vaak zij per jaar boven 02:00 werken.

Wat zijn de regels voor consignatie, aanwezigheidsdienst en bereikbaarheidsdienst?

Drie verschillende vormen van beschikbaarheid buiten de gewone dienst, elk met eigen grenzen en eigen rusttijd.

Consignatie (artikel 5:9 ATW) mag alleen aan werknemers van 18 jaar of ouder worden opgelegd, en telt zelf niet mee als arbeidstijd. Aanwezigheidsdienst en bereikbaarheidsdienst (ATB, definities) mogen alleen bij cao worden opgelegd. De cao is hier een poort, geen bijstelling.

Vorm Kern van de regel Bron
Consignatie 14× per 28 dagen een dag zonder consignatie; 2× 48 uur volledig vrij; max. 13 uur arbeid per 24 uur tijdens consignatie ATW 5:9
Aanwezigheidsdienst Alleen bij cao; max. 52 diensten per 26 weken; gemiddeld max. 48 uur/week; 11 uur rust voor/na elke dienst ATB
Bereikbaarheidsdienst Alleen bij cao; max. 3× per 7×24 uur en 32× per 16 weken; consignatie-rustregels van overeenkomstige toepassing ATB

Combineert u de drie vormen, dan geldt het gezamenlijke maximum van 3 per week en 32 per 16 weken. Leg eerst vast of uw cao aanwezigheids- of bereikbaarheidsdiensten toestaat, want zonder die basis mag u ze niet opleggen.

Gelden er aparte regels voor jongeren en kinderen?

Ja: 16- en 17-jarigen hebben lagere urengrenzen en meer rust, en kinderen onder de 16 mogen in beginsel helemaal niet werken.

Voor jeugdige werknemers (16–17 jaar) liggen vijf grenzen lager dan voor volwassenen.

Grens Cijfer Artikel
Per dienst 9 uur ATW 5:7 lid 1
Per week 45 uur ATW 5:7 lid 1
4-wekengemiddelde 40 uur/week ATW 5:7 lid 1
Daagse rust Minimaal 12 uur, inclusief 23:00–06:00 ATW 5:3 lid 1
Wekelijkse rust Minimaal 36 uur, geen splitsingsmogelijkheid ATW 5:5 lid 1
Pauzedrempel Vanaf 4,5 uur arbeid ATW 5:4 lid 1

Nachtarbeid tussen 23:00 en 06:00 is voor deze groep verboden (artikel 2.1:2 ATB). Kinderen onder de 16 vallen onder het verbod van kinderarbeid in ATW Hoofdstuk 3. Er mag alleen worden gewerkt in nauw omschreven, ministerieel toegestane uitzonderingen, en ook dan geldt minimaal 12 uur rust per 24 uur, inclusief 23:00–06:00 (artikel 3:3 lid 3 ATW). Vraag bij elke aanname onder de 18 na of u binnen deze grenzen roostert.

Welke extra bescherming geldt voor zwangere werknemers?

Een zwangere werknemer werkt maximaal 10 uur per dienst en houdt het recht om nachtdiensten te weigeren, en dat geldt door tot 6 maanden na de bevalling.

De hoeveelheid arbeid ligt lager dan voor andere volwassenen.

Grens Cijfer Referentieperiode Artikel
Per dienst 10 uur per dienst ATW 4:5 lid 4
Gemiddeld 50 uur/week elke 4 aaneengesloten weken ATW 4:5 lid 4
Gemiddeld 45 uur/week elke 16 aaneengesloten weken ATW 4:5 lid 4

Nachtdienst kan niet worden verplicht, tenzij u aannemelijk maakt dat dit redelijkerwijs niet anders kan (artikel 4:5 lid 5 ATW). Daarnaast heeft zij recht op extra pauzes tot een achtste van de dienst, die als betaalde arbeidstijd tellen, en op een vast en regelmatig arbeids- en rusttijdenpatroon (artikel 4:5 leden 2–3 ATW). Alle bescherming loopt door tot 6 maanden na de bevalling (artikel 4:7 ATW), en elk beding dat in haar nadeel afwijkt, is nietig (artikel 4:5 lid 7 ATW). Wie borstvoeding geeft, mag tot 9 maanden na de geboorte de arbeid onderbreken voor voeden of kolven, tot een kwart van de dienst (artikel 4:8 ATW). Zet zwangerschap direct bij melding als aparte categorie in het rooster.

Wat moet u registreren over arbeidstijd, en hoe lang bewaart u dat?

U moet een deugdelijke registratie voeren van de daadwerkelijk gewerkte uren, niet alleen een rooster vooraf, en u bewaart die gegevens minimaal 52 weken.

De registratieplicht zelf staat in artikel 4:3 ATW: een deugdelijke registratie van arbeids- en rusttijden die toezicht mogelijk maakt, met de uitwerking overgelaten aan het ATB. De Nederlandse Arbeidsinspectie legt zelf uit: “Dat betekent dat de gewerkte uren ergens genoteerd moeten zijn.” Een rooster vooraf is dus niet genoeg. De bewaartermijn is minimaal 52 weken vanaf de datum van de gegevens (artikel 3.2:1 ATB). Voor bemande mijnbouwinstallaties en windparken op zee moet een afschrift binnen 6 weken op het Nederlandse hoofdkantoor aanwezig zijn (artikel 3.1:1 ATB).

Verplichting Kern Bron
Registratieplicht Deugdelijke registratie van gewerkte arbeids- en rusttijden ATW 4:3
Bewaartermijn Minimaal 52 weken vanaf de datum van de gegevens ATB 3.2:1
Offshore-afschrift Binnen 6 weken aanwezig op Nederlands hoofdkantoor ATB 3.1:1

Dit is de bepaling waarop de Arbeidsinspectie het vaakst een boete oplegt, dus zorg dat de registratie de daadwerkelijk gewerkte tijden vastlegt, en niet alleen het geplande rooster.

Kan een werknemer om andere werktijden vragen?

Ja: onder de Wet flexibel werken kan een werknemer na 26 weken dienstverband een verzoek doen om aanpassing van uren, werktijd of werkplek, en bij geen tijdige beslissing gaat het verzoek automatisch door.

De regeling geldt niet voor werkgevers met minder dan 10 werknemers, al moeten die dan wel zelf een eigen regeling treffen voor dit recht (artikel 2 lid 18 Wet flexibel werken). Een werknemer die minstens 26 weken in dienst is, dient het verzoek minimaal 2 maanden voor de gewenste ingangsdatum schriftelijk in. Bij onvoorziene omstandigheden beslist u binnen 5 werkdagen in plaats van de normale termijn (artikel 2 leden 1 en 3 Wet flexibel werken). U moet een verzoek om aanpassing van uren of werktijd inwilligen, tenzij zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen zich daartegen verzetten; bij een verzoek om de werkplek hoeft u het alleen te overwegen (artikel 2 leden 5–7 Wet flexibel werken). Beslist u niet uiterlijk 1 maand voor de gewenste ingangsdatum, dan wordt de aanpassing automatisch doorgevoerd zoals aangevraagd (artikel 2 lid 12 Wet flexibel werken). Zet die termijn van 1 maand voor elk verzoek meteen in de agenda.

Moet u overwerk extra betalen?

Nee. Er bestaat in Nederland geen wettelijke overwerktoeslag.

Noch de Arbeidstijdenwet, noch Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek verplicht tot een extra percentage zoals 125% of 150%. Wat wel altijd geldt: de Rijksoverheid bevestigt dat over meerwerk en overwerk ten minste het wettelijk minimumloon verschuldigd is. Alles daarboven (een toeslag, tijd-voor-tijd, een vaste vergoeding) komt uitsluitend uit de cao of de individuele arbeidsovereenkomst. Leg vast welke cao op uw personeel rust, en reken pas een toeslag als die cao daar expliciet in voorziet.

Wat zijn de regels voor oproepcontracten?

Bij een oproepovereenkomst geldt een minimale oproeptermijn van vier dagen, een minimumbetaling van drie uur per oproep, en na twaalf maanden een verplicht aanbod voor vaste uren.

U mag een oproepkracht niet verplichten te komen als u de tijdstippen niet ten minste 4 dagen van tevoren schriftelijk of elektronisch heeft aangekondigd. Trekt u een oproep binnen die 4 dagen alsnog in of wijzigt u die, dan blijft het volledige loon van de oorspronkelijke oproep verschuldigd (artikel 7:628a leden 2–3 BW). Een cao mag deze termijn verkorten, maar nooit onder de 24 uur (artikel 7:628a lid 4 BW). Zodra de arbeidsovereenkomst 12 maanden heeft geduurd, doet u binnen een maand een aanbod voor een vaste arbeidsomvang gelijk aan het gemiddelde van die 12 maanden. De werknemer krijgt vervolgens minimaal een maand om te beslissen (artikel 7:628a lid 5 BW).

Verplichting Termijn/bedrag Artikel
Minimumbetaling per oproep 3 uur loon 7:628a lid 1 BW
Oproeptermijn 4 dagen (cao-verkorting tot min. 24 uur) 7:628a leden 2 en 4 BW
Betaling bij late annulering Volledig loon van de oorspronkelijke oproep 7:628a lid 3 BW
Aanbod vaste uren Binnen 1 maand na 12 maanden dienstverband 7:628a lid 5 BW

Dit gebied gaat op de schop: de Wet meer zekerheid flexwerkers is aangenomen door zowel Tweede als Eerste Kamer en treedt volgens de vaststellingsbesluit voor de algemene bepalingen in werking op 1 januari 2028 (Staatsblad 2026, 206). Vanaf die datum vervangt een “bandbreedtecontract” het huidige oproepcontract, met een vast afgesproken minimum- en maximumaantal uren waarvan het verschil hoogstens 130% mag zijn. Tot die datum blijft artikel 7:628a BW zoals hierboven beschreven de geldende regel. Behandel de huidige regels dus als de norm voor nu, en plan de overstap naar het bandbreedtecontract pas voor 2028 in.

Wat kost een overtreding van de Arbeidstijdenwet?

Overtreding van de urengrenzen kost in de basis € 200 per persoon per dag, maar het ontbreken van een deugdelijke registratie kost € 10.000.

De boetegrondslag ligt in artikel 10:5 ATW. De bedragen zelf staan in de Beleidsregel boeteoplegging Arbeidstijdenwet en Arbeidstijdenbesluit 2013 (BWBR0032353). De Nederlandse Arbeidsinspectie vat ze samen als € 200 per persoon per dag voor overtreding van de urengrenzen, en € 10.000 voor het ontbreken van een deugdelijke registratie. Overtreding van het verbod van kinderarbeid kost € 1.000 tot € 2.000 per persoon per dag. Bedrijfsgrootte werkt als vermenigvuldiger: 0,5× voor minder dan 10 werknemers, 0,75× voor 10 tot 50, en 1,5× voor 100 of meer. Bij een direct opgelegde boete zonder waarschuwing geldt een extra factor van 1,5, en bij herhaling kan het bedrag met 100% tot 200% oplopen. Andere, specifiekere boetebedragen uit de bijlage zijn hier bewust niet genoemd omdat ze niet apart zijn nagetrokken. Reken bij een controle met het bedrijfsgrootte-percentage van uw eigen organisatie, niet met het kale normbedrag.

Wat kan een cao wel en niet aanpassen, en wat is altijd verplicht?

Een cao kan een beperkt aantal grenzen verruimen of een pauze verkorten, maar de absolute urengrenzen, de registratieplicht en alle zwangerschapsbescherming staan daar volledig buiten.

Een cao kan drie grenzen aanpassen.

Wat het mag Nieuwe grens Artikel
Het 4-wekengemiddelde oprekken 55 uur/week ATW 5:7 lid 4
De standaardpauze verkorten Bodem van 15 minuten ATW 5:4 lid 3
De oproeptermijn verkorten Bodem van 24 uur (vanaf 4 dagen) BW 7:628a lid 4

Zonder cao mag u aanwezigheids- of bereikbaarheidsdiensten helemaal niet opleggen. Daar is de cao een poort, geen bijstelling.

Wat altijd verplicht blijft, ongeacht cao of contract:

Verplichte bodem/grens Detail Artikel
Absolute urengrenzen 12 uur per dienst, 60 uur per week ATW 5:7 lid 2
16-wekengemiddelde 48 uur per week ATW 5:7 lid 2
Zwangerschaps- en postnatale bescherming Elk afwijkend beding is nietig ATW 4:5 lid 7
Pauzebodem 15 minuten ATW 5:4 lid 3
Oproeptermijnbodem 24 uur BW 7:628a lid 4
Registratieplicht en bewaartermijn 52 weken bewaartermijn, geen cao-uitzondering ATW 4:3, ATB 3.2:1

Ga bij twijfel uit van de wettelijke bodem, tenzij u de cao-bepaling zwart op wit voor u heeft liggen.

Wat gaat er in de praktijk mis met de registratieplicht?

Bij de meeste werkgevers is het geen juridisch probleem maar een administratief: niemand legt per persoon vast wat er daadwerkelijk is gewerkt, in een vorm die u 52 weken later nog kunt tonen. Dat telt vooral zodra u ploegendiensten, nachtwerk of oproepkrachten combineert, want daar raken het 4-wekengemiddelde en de bewaartermijn het snelst uit het zicht.

Taito.ai legt de registratie van arbeids- en rusttijden per werknemer vast en bewaart die, zodat u de gegevens die de Arbeidsinspectie verwacht zo kunt opvragen.

Zie het complianceoverzicht voor Nederlandse arbeidsregels voor de rest.

Bronnen

Disclaimer

Taito.ai geeft geen juridisch, fiscaal of boekhoudkundig advies. Dit artikel is algemene informatie over de wet zoals die gold op de datum hierboven, geen advies over uw situatie en geen vervanging daarvan. Bedragen en grenzen veranderen. Overleg met een gekwalificeerde adviseur voordat u op basis hiervan handelt.

Veelgestelde vragen

Hoeveel uur mag een werknemer per week werken volgens de Arbeidstijdenwet?
Nooit meer dan 60 uur in één week en nooit meer dan 12 uur in één dienst. Dat zijn de absolute grenzen uit artikel 5:7 lid 2 van de Arbeidstijdenwet en daar kan geen cao van afwijken. Daarnaast gelden twee gemiddelden die de piekweken temperen: gemiddeld 55 uur per week over elke periode van 4 aaneengesloten weken, en gemiddeld 48 uur per week over elke periode van 16 aaneengesloten weken. Alleen het 4-wekengemiddelde van 55 uur mag bij cao worden aangepast; de andere grenzen niet. Voor werknemers van 16 en 17 jaar liggen de grenzen lager: maximaal 9 uur per dienst, 45 uur per week en gemiddeld 40 uur per week over 4 weken. Let op de nachtdienstuitzondering: bij een nachtdienst tot 12 uur gelden aparte, striktere regels over hoe vaak dat mag en welke rust erop volgt.
Moet ik overwerk extra betalen in Nederland?
Nee. De Arbeidstijdenwet en het Burgerlijk Wetboek kennen geen wettelijke verplichting tot een overwerktoeslag van bijvoorbeeld 125% of 150%. Wat wel altijd geldt: over de extra gewerkte uren heeft de werknemer recht op ten minste het wettelijk minimumloon, zoals de Rijksoverheid zelf bevestigt over meerwerk en overwerk. Een toeslag boven dat minimum ontstaat alleen als uw cao of de individuele arbeidsovereenkomst dat regelt. Dit is een van de meest hardnekkige misverstanden op de Nederlandse arbeidsmarkt: veel werkgevers gaan er automatisch van uit dat overwerk een wettelijk verplichte toeslag met zich meebrengt, en werknemers nemen dat vaak voor waar aan omdat het in hun eigen sector nu eenmaal gebruikelijk is. Controleer dus altijd eerst de toepasselijke cao voordat u een uurtarief voor overwerk vaststelt, en leg schriftelijk vast waar die afspraak wel of niet vandaan komt, want zonder een expliciete cao-bepaling of contractsafspraak bent u niets verschuldigd boven het kale minimumloon.
Hoe lang moet ik de arbeids- en rusttijden van mijn personeel bewaren?
Ten minste 52 weken vanaf de datum waarop de gegevens betrekking hebben, verplicht gesteld in artikel 3.2:1 van het Arbeidstijdenbesluit. De onderliggende registratieplicht zelf staat in artikel 4:3 van de Arbeidstijdenwet: u moet een deugdelijke registratie voeren van arbeids- en rusttijden die toezicht door de Nederlandse Arbeidsinspectie mogelijk maakt, en de precieze uitwerking daarvan is aan het Arbeidstijdenbesluit overgelaten. De Arbeidsinspectie legt dat zelf uit als een verplichting om de daadwerkelijk gewerkte uren ergens vast te leggen, niet alleen het geplande rooster vooraf. Voor bemande mijnbouwinstallaties en windparken op zee geldt een aanvullende regel: een afschrift van die registratie moet binnen 6 weken op het Nederlandse hoofdkantoor van de werkgever aanwezig zijn. Het ontbreken van een deugdelijke registratie is, na de urengrenzen zelf, een van de overtredingen waar de Arbeidsinspectie het vaakst een boete voor oplegt, met een fors hoger normbedrag dan bij een gewone urenoverschrijding.
Mag ik een oproepkracht op het laatste moment terugbellen zonder te betalen?
Nee, niet als u binnen vier dagen voor de afgesproken tijd de oproep intrekt of wijzigt. Artikel 7:628a lid 3 van het Burgerlijk Wetboek geeft de oproepkracht dan recht op het volledige loon alsof de oorspronkelijk afgesproken arbeid gewoon was verricht, ongeacht of het werk uiteindelijk is uitgevoerd. Dezelfde termijn werkt ook de andere kant op: u mag een oproepkracht niet verplichten te komen werken als u de tijdstippen niet ten minste vier dagen van tevoren schriftelijk of elektronisch heeft aangekondigd, en de werknemer mag een te late oproep gewoon weigeren. Een cao mag die termijn verkorten, maar nooit verder dan tot 24 uur. Werkt de oproepkracht minder dan drie uur, dan moet u sowieso ten minste drie uur loon uitbetalen, ongeacht de afgesproken lengte van de oproep zelf. Leg oproepen daarom altijd schriftelijk of elektronisch vast, inclusief het exacte moment waarop u ze verstuurde.
Wanneer moet ik een oproepkracht vaste uren aanbieden?
Zodra de arbeidsovereenkomst 12 maanden heeft geduurd, verplicht artikel 7:628a lid 5 van het Burgerlijk Wetboek u om binnen een maand schriftelijk of elektronisch een aanbod te doen voor een vaste arbeidsomvang. Die omvang moet ten minste gelijk zijn aan het gemiddelde aantal uren dat de werknemer in die voorafgaande 12 maanden daadwerkelijk werkte, niet aan het aantal uren dat oorspronkelijk in het contract stond. De werknemer krijgt vervolgens minimaal een maand de tijd om het aanbod te accepteren of af te wijzen, zonder dat u die keuze mag bespoedigen. Opeenvolgende contracten met tussenpozen van ten hoogste zes maanden tellen voor deze 12 maanden gewoon mee, ook als ze bij dezelfde werkgever via een andere functie liepen. Doet u het aanbod niet op tijd, dan loopt u het risico dat de werknemer alsnog aanspraak maakt op de vaste uren met terugwerkende kracht. Zet dit daarom als vaste, terugkerende actie in uw jaarplanning, niet als iets dat u pas doet zodra iemand er zelf naar vraagt.
Gelden er speciale arbeidstijdregels voor werknemers van 55 jaar en ouder?
Nee. Een volledige doorzoeking van zowel de Arbeidstijdenwet als het Arbeidstijdenbesluit op leeftijdsverwijzingen levert geen enkele bepaling op die specifiek geldt voor werknemers van 55 jaar of ouder, en dat is een geverifieerde afwezigheid, geen toevallige omissie in de zoekopdracht. Dat verrast veel werkgevers, want in de praktijk bestaat wel degelijk het idee dat oudere werknemers wettelijk recht hebben op minder nachtdiensten of extra rust bovenop de gewone regels. Dat idee is onjuist voor zover het om de Arbeidstijdenwet of het Arbeidstijdenbesluit zelf gaat. Waar dit soort afspraken wél bestaat, komt dat uit een cao of een individuele regeling bij de werkgever, nooit rechtstreeks uit de wet. Controleer dus altijd eerst uw eigen cao voordat u aanneemt dat een leeftijdsgrens wettelijk verplicht is, en documenteer duidelijk waar een eventuele afspraak wel vandaan komt zodra u die toepast op het rooster.

Lees verder